Aansprakelijkheid voor onbetaalde lonen door (onder)aannemers in de bouwsector verstrengd

Auteur(s): Luc Eliaerts Maxim Korthoudt
Categorie: Arbeidsrecht,
Geplaatst op: 16 februari 2017
Bij de wet van 11 december 2016 heeft de wetgever een bijzonder regeling ingevoerd omtrent de hoofdelijke aansprakelijkheid voor onbetaalde lonen van de rechtstreekse contractant bij bouwactiviteiten die op 30 december 2016 van kracht is geworden. De Belgische wetgever was verplicht deze regeling tot stand te brengen ingevolge de Europese richtlijn inzake de handhaving van de detacheringsrichtlijn.

Principes

Tot voor kort voorzag de loonbeschermingswet in de artikelen 35/6/1 e.v. alleen een algemene regeling voor de hoofdelijke aansprakelijkheid van contractpartijen. Deze aansprakelijkheid wordt slechts geactiveerd na een voorafgaande schriftelijke kennisgeving door de inspectiediensten en geldt maar voor een periode van wanbetaling van het loon van maximaal één jaar. Vanaf 30 december 2016 is dit niet langer het geval voor activiteiten in de bouwsector. De hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtstreekse contractant geldt onmiddellijk bij wanbetaling van het loon door zijn medecontractant, zonder dat een voorafgaande schriftelijk kennisgeving vanwege de inspectiediensten vereist is. Hoewel deze regeling tot stand werd gebracht in het kader van de detachering, zijn niet alleen de (onder)aannemers, die met gedetacheerde werknemers naar België komen werken, onderworpen aan deze regeling maar ook de in België gevestigde onder(aannemers). Dit met het oog op een gelijke behandeling van alle werkgevers in België. Het doel van deze bijzondere regeling is fraude en misbruik aan te pakken in het kader van onderaannemingsketens.

Activiteiten in de bouwsector

De vraag is uiteraard wat er wordt verstaan onder “activiteiten in de bouwsector”.  De wetgever heeft geopteerd voor een ruime wettelijke omschrijving. De regeling is van toepassing op de werken en diensten vermeld:
  • in het koninklijk besluit dat de bevoegdheid bepaalt van het paritair comité 124 voor het bouwbedrijf;
  • in het koninklijk besluit dat de bevoegdheid bepaalt van respectievelijk het paritair comité 111 voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, het paritair comité 121 voor de schoonmaak, het paritair comité 126 voor de stoffering en de houtbewerking en het paritair subcomité 149.1 voor de elektriciens: installatie en distributie, en die tevens worden beschouwd als werken in onroerende staat in de zin van artikel 20, § 2 BTW-KB nr. 1.
Bovendien is het niet vereist dat een (onder)aannemer ressorteert onder de bevoegdheid van één van de voormelde paritaire comités. De hoofdelijke aansprakelijkheidsregeling kan ook van toepassing zijn indien een (onder)aannemer zich verbindt tot het uitvoeren of doen uitvoeren van werken in de bouw zonder dat dit zijn hoofdactiviteit uitmaakt.

De aansprakelijkheidsregeling

De uitgewerkte aansprakelijkheidsregeling geldt alleen voor de “rechtstreekse contractant”.  Hieronder worden de opdrachtgever, aannemer en intermediaire aannemer verstaan. Deze laatste is een onderaannemer die zelf beroep doet op een (sub)onderaannemer voor de uitvoering van zijn taken. Deze regeling viseert met andere woorden enkel de rechtstreekse contractuele relatie van deze partijen. De opdrachtgever, die zich wendt tot een aannemer voor de uitvoering van bouwactiviteiten, is door deze nieuwe regeling hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon dat verschuldigd is aan de werknemers van deze aannemer. Uiteraard enkel voor de betaling van het loon dat overeenstemt met de arbeidsprestaties die de werknemer voor de opdrachtgever heeft verricht. Hetzelfde geldt in hoofde van de aannemer voor onbetaalde lonen bij zijn onderaannemer en in hoofde van de intermediair aannemer voor onbetaalde lonen bij zijn subonderaannemer. De natuurlijke persoon die functioneert als opdrachtgever en uitsluitend werken laat uitvoeren voor privédoeleinden kan deze aansprakelijkheid niet oplopen.

Beter voorkomen dan genezen

De wetgever heeft voor de opdrachtgever, aannemer en intermediaire aannemer de mogelijkheid gecreëerd om aan de hoofdelijke aansprakelijkheid te ontkomen. Daarvoor moet de rechtstreekse contractant in het bezit zijn van een schriftelijke verklaring ondertekend door zowel hemzelf als door de medecontractant waarin:
  1. aan de medecontractant de coördinaten worden meegedeeld van de internetsite van de FOD WASO waarin de inlichtingen betreffende het verschuldigd loon zijn opgenomen (http://www.werk.belgie.be), en,
  2. de medecontractant bevestigt dat hij het verschuldigde loon aan zijn werknemers betaalt en zal betalen.
Het verdient dus aanbeveling voor de rechtstreekse contractant om ofwel in het contract een clausule op te nemen waarin bovenstaande gegevens worden vermeld ofwel een afzonderlijk document hieromtrent op te stellen en te laten ondertekenen. Er bevindt zich echter een addertje onder het gras aangezien de opheffing van de aansprakelijkheid kan doorbroken worden. Vanaf het moment dat de opdrachtgever, aannemer of intermediair aannemer kennis heeft van een wanbetaling door zijn medecontractant wordt de aansprakelijkheid opnieuw geactiveerd na een periode van 14 werkdagen. Deze kennisname gebeurt in de regel door een bericht van de inspectiediensten overeenkomstig artikel 49/3 Soc.Wb. Deze termijn van 14 werkdagen begint te lopen vanaf de kennisname van de wanbetaling. De aansprakelijkheid geldt dan voor het loon dat overeenstemt met de arbeidsprestaties die uitgevoerd worden vanaf het verstrijken van de termijn van 14 werkdagen. Deze periode van 14 werkdagen biedt de opdrachtgever, aannemer en intermediair aannemer de mogelijkheid om de nodige maatregelen te nemen om alsnog aan de hoofdelijke aansprakelijkheid te ontkomen (bvb. inbreuk laten stoppen of beëindiging van de overeenkomst).